
Deel 2. Communicatieve vaardigheden: wat je wel en niet moet zeggen, maar ook: hoe moet je het zeggen.
Tegenwoordig vindt bijna iedereen van zichzelf dat hij/zij communicatief sterk is, om vervolgens -wanneer gevraagd naar een voorbeeld van wanneer deze vaardigheid van pas kwam- een zin te beginnen met een langgerekte 'eeeehhhh.' Deze en meer valkuilen in deel 2 van de serie Dingen die je beter niet had kunnen doen.
Woordgebruik.
Vermijd het gebruik van afzwakkende, vage woorden, zoals 'het lijkt me wel leuk, dat denk ik wel. Door het gebruik van deze woorden kom je onzeker over.
Maak van eerdergenoemde zinnen liever iets als: Ik vind het een interessante ....omdat......" in plaats van 'het lijkt me wel leuk' En 'Gezien mijn werkervaring en kwaliteiten ben ik gekwalificeerd' in plaats van 'dat denk ik wel.' Hiermee geef je jezelf direct een opening om je kwaliteit en kennis ten toon te spreiden.
Verder kan het helpen om te laten zien dat je thuis bent in het vakgebied van de functie waarop je solliciteert door enig jargon te gebruiken. Let daarbij wel op dat je de juiste betekenis van het jargon kent en het op de juiste momenten gebruikt. Daarnaast moet je gesprekspartner ook op de hoogte zijn van dit jargon.
Stiltes.
Vervang stiltes in ieder geval niet door 'eeeh.' Het laten vallen van een stilte is op zich geen enkel probleem, omdat je jezelf meer tijd verschaft om na te denken over een goed antwoord als je het even niet meer weet. Haal desnoods even diep adem om tot rust te komen. Als je het echt niet meer weet, kun je vragen of de recruiter zijn/haar vraag wat concreter kan maken of desnoods vragen om er later op terug te komen. Begin in ieder geval niet 'zomaar' wat te praten.
Houding.
Niet: achterover leunen met je voeten over elkaar, je zit niet in een bioscoop.
Wel: rechte rug, iets naar voren gebogen, daarmee toon je interesse
Niet: schouders laten zakken, hoofd gebogen, zoutzakken hebben het doorgaans lastig met het vinden van geschikt emplooi.
Wel:schouders breed, hoofd recht, zo kom je in ieder geval sterk over.
Snelheid en toon van spreken.
Ikzelf betrap me er nogal eens op dat ik erg snel spreek, simpelweg omdat mijn gedachten alweer een stapje verder zijn dan waar mijn gesproken woorden zijn. Zorg dat je rustig je zinnen uitspreekt, zo geef je jezelf ook meer tijd om na te denken over het vervolg van je verhaal.
Zorg dat je niet monotoon spreekt, behalve als je je gesprekspartner in slaap wilt sussen. Zorg voor verschillen in intonatie en leg accenten op bepaalde woorden om je verhaal boeiender te maken.
Kortom, zorg voor een open houding, spreek rustig met hier en daar een klemtoon en: vermijd 'eeh'!

